Blog: Van cliëntondersteuning naar wijkinfopunt

23/01/2017 - De huidige cliëntondersteuning in het kader van de WMO schiet tekort in het faciliteren van de autonomie en keuzevrijheid van inwoners. Een herbezinning is noodzakelijk. Wijkinfopunten in samenwerking met het gezondheidscentrum bieden een integrale oplossingsrichting.

Gemeenten moeten in het kader van de WMO onafhankelijke ondersteuning bieden aan hun inwoners. Dit via informatievoorziening, advisering en algemene ondersteuning over zelfredzaamheid, participatie en dienstverlening voor maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. Hoe gemeenten dit brede palet organiseren, mogen ze zelf bepalen.

In de praktijk krijgt de formele cliëntondersteuning vorm via WMO-loketten, steunpunten GGZ, steunpunten mantelzorg, centra jeugd en gezin, ouderenadviseurs, sociaal raadslieden en wijkteams. Deze organisaties hebben eigen websites, consulenten en dienstenpakketten, zoals trainingen, informatiebijeenkomsten, nieuwsbrieven en trajecten. Er wordt weinig van deze cliëntondersteuning gebruik van gemaakt. Daarnaast is er ook informele hulp: via lokale ouderenbonden, zelfhulp- en lotgenotengroepen en ervaringsdeskundigen. Hun aanbod is vaak praktischer van aard en dichtbij georganiseerd.

Gemeenten worstelen met de invulling, organisatie en positionering van de onafhankelijke cliëntondersteuning. Oplossingen lijken te worden gezocht in een betere communicatie over het formele aanbod en een betere samenwerking tussen betrokken organisaties. Sommige gemeenten hebben al wijkinformatiepunten opgezet waarbij ook de informele aanbieders zijn aangehaakt.

De huidige aanbieders van onafhankelijke cliëntondersteuning schieten tekort omdat ze de eigen organisatiedoelen en doelgroepen als uitgangspunt blijven nemen in plaats van de autonomie en keuzevrijheid van inwoners. Die inwoners willen vooral zelf beslissen welke route zij willen bewandelen voor een hulpvraag. Dat vereist een transparant overzicht van alle (praktische) mogelijkheden in de wijk. Waarom een zorgalarmeringsknop als een mobiele telefoon met SOS-knop volstaat? Hoezo thuiszorg als er een telefooncirkel kan worden opgezet? Hoezo professionele hulp als ervaringsdeskundigen elkaar kunnen helpen? En is voor het verkrijgen van een vervoerspas echt eerst een keukentafelgesprek nodig om ‘de vraag achter de vraag helder te krijgen’?

Het beperkte beroep op de huidige cliëntondersteuning in het kader van de WMO staat in schril contrast met het toenemende beroep op de huisarts. Die wordt steeds vaker geconfronteerd met hulpvragen die niet (alleen) medisch van aard zijn. Een kwart tot een derde van de hulpvragen gaat over voor de patiënt zeer relevante maar niet-medische zaken. Gezondheidscentra werken daarom steeds vaker samen met bibliotheken om de voorlichting aan patiënten en mantelzorgers anders te organiseren en zetten met partners wijkportalen op waar eHealth-toepassingen geïntegreerd worden.

Een nieuwe oplossingsrichting dient zich aan: een wijkinfopunt dat laagdrempelig en met persoonlijk contact het (in)formele hulpaanbod ontsluit en dat hecht samenwerkt met het gezondheidscentrum dat via een wijkportaal één digitaal loket biedt voor alle hulpvragen. Een inwoner kan dan zelf kiezen welke ondersteuning passend is.

Anja van der Aa is directeur van GezondNL



Infrastructuur van de Gezonde Wijk

Werk mee aan het organiseren en het borgen van een infrastructuur van de gezonde wijk
voor en door gezondheidsbewuste inwoners en professionals.